Over een historische Vlaming en een personage in de geschiedenis
Die sakkerse Russell Crowe! Sinds Gladiator, het episch-historische drama uit 2000, geregisseerd door Ridley Scott, zit hij als ‘Maximus Decimus Meridius’ in mijn hoofd. Meeneuriënd met de muziek van Hans Zimmer en ook al lang worstelend met mijn gewicht.
Met evenveel honger als naar geschiedenis kijk ik nu al uit naar zijn nieuwste film: Nuremberg van James Vanderbilt. Rami Malek speelt de rol van de Amerikaanse legerpsychiater die in 1945–1946 in Neurenberg de psychologische evaluaties uitvoerde van de belangrijkste nazi-kopstukken, waaronder Hermann Göring, vertolkt door … Russell Crowe.
Hoe je van een gedramatiseerd verhaal naar een historische Vlaming overgaat, houd ik nog even in spanning met volgende reactie op een aanzet van Joos Florquin in het iconische praatprogramma Ten Huize van, afl. 9 uit 1973: ‘U hebt ook meegewerkt aan de voorbereiding van het proces van Nürnberg.’
‘Wat men de keure van Nürnberg noemt. Roosevelt, die ik dikwijls bezocht heb, wilde absoluut dat er een charter was. Je kan erin zetten wat je wil, zei hij, maar ik moet ze kunnen hangen. I want to hang them. That’s all. De voorzitter van de Raad was rechter Jackson. We hebben dan die keure gemaakt, die juridisch gesproken een misbaksel is, maar ze heeft gediend. Indien wij verloren hadden, zou een dergelijke procedure misschien zijn toegepast op Roosevelt.’
Biografische schets
Aan het woord is Nico Gunzburg, geboren in Riga in 1882, in een Joodse familie die de pogroms in Oost-Europa ontvluchtte en in Antwerpen landde. Gepromoveerd tot doctor in de rechten in 1906 werd hij advocaat aan de Antwerpse balie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog belandde hij als oorlogsvrijwilliger in Londen en werd er secretaris van minister Paul Hymans; hij bouwde er contacten uit met o.a. Lord Balfour en belangrijke zionistische leiders.
Na de oorlog begon Gunzburg aan zijn indrukwekkende academische carrière in Antwerpen en Gent. Hij was mede-initiatiefnemer van de Commissie ter Vervlaamsching der Gentse Hoogeschool. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij via Frankrijk naar Brazilië en later naar de Verenigde Staten, waar hij lesgaf, meewerkte aan Voice of America en deelnam aan de voorbereiding van de processen van Nürnberg. In 1945 keerde hij terug als officier van de United Nations Relief and Rehabilitation Administration. Na zijn emeritaat doceerde hij criminologie in Indonesië en adviseerde hij president Soekarno.
Meer biografische gegevens vindt u in de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, bij de Gentse Universiteit en op European Jewish Archives Portal. ‘Een vooraanstaande persoonlijkheid’ en ‘een man van betekenis’, zo wordt hij in andere publicaties genoemd. Maar, van Riga over Antwerpen en Gent naar Londen, en van Frankrijk via Brazilië naar de VS, en met Indonesië als toetje bovenop, was hij vooral een Vlaming in de wereld.
Biografisch verhaal
Gunzburg zou er geen bezwaar tegen hebben dat ik zijn portret opende met film en muziek. Hij was zelf artistiek aangelegd. Aan het Conservatorium van Antwerpen studeerde hij klavier bij Peter Benoit en Lodewijk Mortelmans. Hij raakte bevriend met schrijvers en componisten: Cyriel Buysse, Herman Teirlinck en Stijn Streuvels. Zelf publiceerde hij poëzie en verhalen, en de roman Het Boek Ruth (1963), gebaseerd op zijn eigen levensloop.
‘Een Joodse familie vlucht om politieke redenen naar Antwerpen, dat ze zien als een nieuwe belofte. De vader, horlogemaker, krijgt steun van een Vlaamse kennis en bouwt een zaak op, tot de Eerste Wereldoorlog alles verstoort; tijdens de oorlog wordt een tweede zoon in Scheveningen geboren. Na de oorlog keren ze terug naar Antwerpen en vestigen zich later in Darmstadt, waar de zonen trouwen, de ene met de dochter van een protestantse dominee, de andere met de katholieke weduwe Ruth. Met de opkomst van Hitler verandert hun leven dramatisch: de ene zoon sterft in een kamp, de andere wordt opgepakt tijdens een vluchtpoging naar Zwitserland. Twee weduwen blijven achter; de protestantse schoondochter zoekt steun bij een pro‑Hitler oom, Ruth weigert en zegt tegen haar schoonmoeder: “Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God.’
Weet u waarom ik zo graag over historische Vlamingen schrijf, vooral over Vlamingen geboren in ballingschap, gevormd door vluchten, in dienst van de diplomatie of over Vlamingen die gewoon elders werken of leven? Omdat ik zo graag naar hun verhalen luister, gedramatiseerd of niet, meeneuriënd met de muziek op de achtergrond.